Volgende maand verschijnt bij Frost and Flame Publishing een nieuw cozy fantasy boek van Natascha van Limpt met de titel Het dorp zonder herinneringen. Wij mochten alvast het eerste hoofdstuk plaatsen om een indruk te geven!
Flaptekst
In het door magische wouden omringde Holtgaard leeft iedereen al jarenlang in vrede. Magie wordt streng gereguleerd, misdaden worden door het automatisch opslaan van herinneringen in een mum van tijd opgelost en iedereen die toch de wetten overtreedt, wordt uit het dorp verbannen.
Chaos ontstaat echter wanneer de dorpelingen op een dag wakker worden en al hun herinneringen kwijt zijn. Iedereen, behalve Cody. Om uit te zoeken wie de herinneringenkluis gestolen heeft, schakelt hij de hulp in van Orion, zijn vroegere klasgenoot die vijf jaar geleden verbannen is. Als verstotene heeft hij zijn herinneringen nog wel en samen met zijn pratende katten gaan ze op zoek naar de dief én de reden waarom Cody’s geheugen nog intact is.

Hoofdstuk 1
Normaal was Holtgaard het toonbeeld van harmonie. Dorpelingen schoffelden hun tuin, plukten de rijpe aardbeien of verwijderden de uitgebloeide bloemetjes. Het was geen zeldzaamheid als buurtbewoners aan het hek bleven staan om een praatje te maken en de mooie bloemperken becomplimenteerden. Een glimlach, een vriendelijk knikje, een bemoedigend woord, voordat men zijn weg door het dorp vervolgde.
Nu waren alle tuinen leeg. Niemand liep meer door de straten.
Iedereen had zich verzameld op het dorpsplein, waar zware tromslagen een ernstige uitdrukking op de gezichten van alle aanwezigen achterlieten.
Verder was het muisstil.
De deur van het raadhuis zwaaide open. Een jonge vrouw daalde met opgeheven hoofd de treden af. Over het grindpad liep ze naar het dorpsplein toe, gevolgd door de zes raadsleden. Hun donkere mantels sleepten net niet over de grond.
Cody hield zijn adem in. Dit hele gebeuren voelde zo bekend. Het was net alsof hij een herinnering bekeek, met als enige verschil dat de banneling deze keer een meisje was. Haar donkerbruine haren glansden in het zonlicht, haar groenblauwe ogen straalden vastberadenheid uit en haar mond vormde een verbeten streep.
Orion had uitdagend geglimlacht. Zelfs nu, vijf jaar later, kon Cody die glimlach nog helder voor zich zien.
Onwillekeurig vroeg Cody zich af of hij nog steeds glimlachte, nu hij al vijf jaar in de wildernis woonde.
Het drukkende gevoel op zijn borst maakte het ademhalen niet makkelijker.
Slanke vingers vervlochten zich met de zijne. Gaven een kneepje.
Cody keek opzij en zag dat Fleur bemoedigend naar hem glimlachte. Zijn wangen werden warm. Als ze had geweten aan wie hij dacht, had ze vast niet geglimlacht.
De banneling – Nova – hield halt voor de waterput. De raadsleden gingen naast haar staan. Op een meter van de stenen rand vandaan keken ze de put in. Het was lang geleden dat er voor het laatst water uit omhoog was getakeld. Er bevond zich al jaren een smalle wenteltrap in die naar de herinneringenkluis leidde.
De trommen zwegen.
Zelfs het gekwetter van vogels was niet te horen, hoewel Cody wel een paar mezen op de rand van een dakgoot zag zitten. Waarschijnlijk was al het geluid met een spreuk gedoofd.
Slechts één geluid drong door de barrière heen: klikkende hakken op steen. Bij iedere tik klonk het iets luider, totdat de burgemeester uit de waterput omhoogkwam. Ze stapte zonder op haar hoge hakken te wiebelen op de rand van de put en daalde daarna met een kaarsrechte houding het uit steen gehouwen trapje af.
In haar handen hield ze de beugel van een lantaarn. Gouden, zilveren en bronzen sluiers wervelden als vissen in een kom in het glazen omhulsel. Af en toe schoot er ook iets zwarts doorheen.
Herinneringen. Hoewel Cody iedere avond van die flarden uit zijn hoofd zag opstijgen, bleef het vreemd om zo’n gedachtennis te zien.
Wat de burgemeester in haar handen hield, was Nova’s identiteit. Iedere herinnering die haar gevormd had tot wie ze was.
Iemand die op het punt stond om Holtgaard te verlaten. Voorgoed.
‘Hier in Holtgaard houden wij een aantal waarden hoog in het vaandel. Gelijkheid. Integriteit. Rechtvaardigheid. Door dit altijd in acht te nemen, hebben wij een samenleving opgebouwd die haar gelijke niet kent. We hebben een plek gecreëerd waar iedereen zich geborgen en gewaardeerd voelt. Als iemand zich toch van ons wenst af te keren – om welke reden dan ook – dan voelt dat als een dolk in onze rug. Het doet pijn om één van de onzen te zien vertrekken, als die de gevaren van het woud verkiest boven alles wat Holtgaard te bieden heeft. Toch willen wij hier niemand tegen zijn wil vasthouden.’ Waar de burgemeester eerst nog om zich heen keek, richtte ze zich nu tot Nova. ‘En dus ben je vrij om te gaan, Nova. Beaam jij dat je op de hoogte bent van de consequenties van je vertrek? Door de smet die in het woud leeft en de betoveringen die onheil zullen brengen, kun je nooit naar Holtgaard terugkeren.’
‘Ik ben mij ervan bewust dat ik nooit mag terugkeren.’
Een snik klonk op in de menigte. Cody draaide zijn hoofd opzij. Slechts een paar meter bij de put vandaan stonden Nova’s ouders. Haar vader had een arm om de schouders van zijn vrouw geslagen.
‘Alsjeblieft,’ smeekte ze. ‘Blijf alsjeblieft bij ons, Nova. Je plaats is hier.’
Nova rechtte haar schouders. Er lag een verbeten trek om haar mond. ‘Jullie weten waarom ik niet kan blijven.’
‘Je kunt ons niet in de steek laten!’ snikte ze. ‘Niet jij ook!’
Nova keek weg. Ze klemde haar lippen stijf op elkaar.
Koos ze er bewust voor om te vertrekken? Cody was daar nooit eerder getuige van geweest. Meestal ging het om mensen die vanwege hun misdaden verstoten werden. Wilde ze naar haar broer toe? Zelf had Cody geen broers of zussen, dus hij wist niet hoe het was om er een kwijt te raken.
‘Mijn besluit staat vast,’ zei Nova uiteindelijk.
De burgemeester knikte. ‘Het zij zo. Dan wil ik je nu vragen om je gevorderdengewaad uit te trekken.’
Zonder veel omhaal deed Nova de mantel af die ze bij haar afstuderen had gekregen. Als vanzelf liet Cody zijn handen over de bordeauxrode stof van zijn eigen gewaad glijden. Hij kon zich niet voorstellen er ooit vrijwillig afstand van te doen, het stond symbool voor jarenlange toewijding en hard werken.
Nova legde haar mantel – ook bordeauxrood – opgevouwen voor haar voeten. Daarna kwam ze overeind.
‘Deze zijn voor jou,’ vervolgde de burgemeester. Ze reikte de gedachtennis met de herinneringen naar haar uit. ‘Ik hoop dat je ze meer zal koesteren dan je Holtgaard gekoesterd hebt.’
‘Zo overdreven.’ Heel even was het alsof de geest van Orion naast hem stond, met zijn armen over elkaar geslagen en leunend tegen een muur die er niet was. Na al die jaren kon Cody zich zijn stem nog haarscherp herinneren – evenals de manier waarop hij zijn mondhoek iets optrok.
Cody kon de herinnering niet helemaal plaatsen. Waarschijnlijk was het een keer tijdens een toespraak in de aula, bij aanvang van de nieuwe schoolweek.
De flarden van de herinnering klaarden op. Het was Fleur die naast hem stond, en ze keek hem onderzoekend aan.
Cody voelde zijn wangen weer gloeien. Als ze weet waar ik aan denk… Ze was een van de archivarissen, ze zou kúnnen zien waar hij aan dacht. Hij schudde die gedachte van zich af.
Zo was ze niet. Ze nam haar baan heel serieus en zou die nooit voor zoiets misbruiken. Ze had geen enkele reden om zijn herinneringen te willen inzien.
Hij schonk haar een schuldbewuste glimlach en focuste zich snel weer op de burgemeester. Het kwam gewoon door deze gebeurtenis dat hij steeds aan Orion dacht. Verder had het niets te betekenen.
Het antwoord van Nova moest hij gemist hebben. Ze had de gedachtennis van de burgemeester aangenomen en naast zich op de grond gezet. Voorzichtig stopte ze hem in een tas, die ze daarna over haar schouders hing.
‘Vaarwel, Nova.’
‘Vaarwel, Nova,’ echode de menigte.
Cody’s mond voelde droog. Hij had de afscheidsgroet ook moeten uitspreken, maar die zat nog ergens in zijn keel vast. Het was net alsof zijn gedachten achter de gebeurtenissen aan sjokten.
Tijd voor een echt afscheid was er niet.
De tamboers namen de stokken weer vast en vingen opnieuw hun ernstige ritme aan. Op de maat van hun slagen liep Nova van de put weg. De raadsleden kwamen in beweging; ze liepen aan haar beide zijden in een somber, zwart rijtje.
Cody keek haar na tot de menigte zijn blik blokkeerde.
Hij kende Nova nauwelijks. Toch voelde het als een gemis dat hij haar nooit meer terug zou zien.
Een kneepje in zijn hand leidde hem af. Cody draaide zijn hoofd opzij en zag een vriendelijke glimlach om Fleurs volle lippen glijden. Haar grijsblauwe ogen stelden een stille vraag.
‘Ja. Ja, ik ben klaar om te gaan.’ Ietwat verstrooid haalde hij een hand door zijn haar. Het bleef toch wat, zo’n dag als dit. Hoewel Cody het belang van de regels begreep, vond hij het toch jammer dat het nodig was.
Hand in hand liepen ze over het plein. Hier en daar stonden nog wat groepjes na te praten. Cody’s blik bleef hangen op de ouders van Nova, wiens schouders door verschillende troostende handen bedekt werden.
‘Ik had dit echt nooit van Nova verwacht,’ zei Fleur. ‘Jij wel?’
Cody kende haar niet zo goed. Ze leed aan slaapproblemen en had het afgelopen jaar verschillende van zijn theesoorten uitgeprobeerd om daar iets tegen te doen. ‘Ik kan me niet voorstellen hoe het is om een broer te hebben die in de wildernis woont. Het is vast heel pijnlijk om die niet te mogen bezoeken.’
Fleur snoof. ‘Haar broer was een schande. Ze had hem uit haar geheugen moeten laten verwijderen als ze nog steeds zo veel last van hem had.’
Cody zei niets. Orion was… een beetje eigenzinnig. Maar tegen Cody was hij altijd vriendelijk geweest – soms zelfs ronduit lief. En zijn vergrijp was… onnodig, misschien. Dat maakte hem niet meteen een schandalig persoon.
Cody was altijd al een buitenbeentje geweest, opgroeiend bij zijn vermeende tante – voor wie iedereen stiekem bang was – zonder dat iemand wist waar hij precies vandaan kwam. Het had lang geduurd voordat ouders het goed vonden dat hun kinderen met hem speelden en het was eigenlijk pas na zijn twaalfde, na het ontwaken van zijn talenten, dat de inwoners durfden in te zien dat anders niet altijd slecht was.
Dat Fleur een oogje op hem had, was ook in zijn voordeel geweest. Ze was zonder twijfel de mooiste vrouw die hier woonde en daarnaast was ze een voorbeeldige burger. Door haar was hij niet langer een soort rariteit geweest, maar… iets anders. Iets wat fonkelde in het licht van de zon, met vurig haar dat de donkerste plaatsen kon verlichten. Ze noemde hem soms liefkozend haar goudklompje, alsof hij een zeldzame vondst was die iedereen het liefst in handen had.
Hij kon zich Orions schaterlach nog goed herinneren, toen hij dat koosnaampje had opgevangen en hem daarna een aantal keer plagend hetzelfde in zijn oor had gefluisterd.
De herinnering liet een rilling langs zijn ruggengraat glijden. Weer eindigden zijn gedachten bij Orion. Natuurlijk was zijn nieuwsgierigheid naar zijn vroegere klasgenoot niet zo groot dat hij Holtgaard ervoor zou verlaten, toch was hij benieuwd hoe het met hem ging. Hoe zijn leven eruitzag. Hoe het leven van een banneling er überhaupt uitzag. Keek hij met spijt terug op zijn vertrek? Of was hij ervan overtuigd dat zijn leven daarna pas écht was begonnen?
Fleur gaf opnieuw een kneepje in zijn hand. ‘Ga je met mij mee naar huis?’
‘Ik eh, ga liever nog even in de kruidentuin aan de slag.’ Dan kon hij een sterke thee zetten die al die levendige herinneringen weer wat zou laten sluimeren. Hij vond het geen prettig idee dat zijn gedachten zo erg werden opgeslokt door iemand die verbannen was. Wie weet ving een archivaris iets op en werd hij straks van valse loyaliteit beschuldigd.
‘Heb je nog hulp nodig?’ Fleur schonk hem een glimlach die weggaf dat ze hem eigenlijk niet alleen wilde laten.
Hoewel hij eigenlijk alleen wilde zijn, knikte hij toch. Het voelde verkeerd om haar af te wijzen. ‘Je kunt helpen, als je wilt? Al het bijtkruid moet deze week geoogst worden en in mijn eentje is dat een ellendige klus.’ Om hulp vragen was niet echt Cody’s sterkste kant, waardoor hij veel wondjes op zijn handen had opgelopen.
‘Natuurlijk. Dan kun je me gelijk uitleggen waar je die akelige dingen voor gebruikt. Je zou ze eerder in het atelier van je tante verwachten.’
‘Die gebruikt ze ook,’ gaf hij toe. ‘Vooral bij een toverpoeder dat kleine kinderen met woedeaanvallen kalmeert. Al gaat dat nog weleens verkeerd als een dier het inademt: dan gaat dat als een wilde tekeer.’ Hij glimlachte flauwtjes bij de herinnering aan een bosmuis die een week lang zijn best had gedaan om het atelier van zijn tante kapot te knagen. ‘Als je ze in thee verwerkt, hebben ze ook een kalmerend effect. Je wordt er een beetje dromerig van.’
Een bedachtzame frons gleed tussen Fleurs wenkbrauwen. ‘Terwijl het zulke akelige planten zijn.’
Cody glimlachte. ‘De natuur geeft niet zomaar haar geheimen prijs.’
Ze bereikten het erf waar hij samen met zijn tante woonde. Het was omheind met een hek dat hij een paar weken geleden opnieuw in de lak had gezet. Het glansde warm in het zonlicht. Cody duwde de klink naar beneden, waarna het deurtje soepel opengleed.
Grind knerpte onder zijn schoenzolen. Na een meter of zes splitste het pad in tweeën. De handgeschilderde wegwijzer liet bezoekers weten dat ze links af moesten slaan als ze naar Cody’s Theehuis wilden. Als ze hier waren voor Lavinia’s Brouwsels, moesten ze de andere kant op.
Over het pad dat door de kruidentuin slingerde, begaven ze zich naar zijn huisje. Na zijn afstuderen had hij het zelf gebouwd. Groot was het niet, maar hij had ook niet veel ruimte nodig.
Fleur had al een paar keer laten doorschemeren dat ze er klaar voor was om bij hem in te trekken, een onderwerp dat hij steeds een beetje voor zich uit schoof. Hij wist niet precies waar hij op wachtte.
Maar er was iets… iets wat hem tegenhield. Wat hem het gevoel gaf dat hij er nog niet klaar voor was.
Cody deed de deur open en stak zijn arm naar Fleur uit om haar mantel aan te nemen. Hij hing hem aan de kapstok, die van hemzelf ernaast, en ging naar binnen.
Even aarzelde hij. Vandaag had hij nog geen enkele spreuk gebruikt. Hij kon het theewater in één hartslag verwarmen, dan konden ze eerder in de tuin aan de slag. Een beetje een absurde gedachte; normaal had hij er geen enkele moeite mee om even te wachten. Iets gaf hem echter een opgejaagd gevoel. Hij wist niet of het met Fleur te maken had, met de verbanning, of met heel wat anders. Hij voelde zich gewoon niet helemaal zichzelf.
Uiteindelijk liet hij de drang los, liep naar het keukenblok en opende het deurtje van het gietijzeren kacheltje dat erbovenop stond. Met een lange lucifer stak hij de houtjes aan en zodra het vlamde, sloot hij het deurtje weer. Hij zette zijn voet op het uitsteeksel van de pedaalemmer en liet de inmiddels gedoofde lucifer erin vallen.
Daarna pakte hij de met kleine schubbetjes bedekte fluitketel, vulde die met water uit de kruik die op de rand van het aanrecht stond en zette hem op de warmhoudplaat. Terwijl het water opwarmde, keerde Cody zich naar zijn theevoorraad en rommelde daardoorheen. Meestal had hij geen voorkeur voor een smaak en volgde hij gewoon zijn gevoel. Hij wist echter dat Fleur dol was op zoete smaken en dus koos hij voor een basis van kamille, voegde er rozenblaadjes aan toe en zette wat elfensuiker klaar dat hij er straks bij kon scheppen.
Terwijl hij opging in het klaarmaken van de thee, merkte hij nauwelijks dat Fleur haar armen om hem heen liet glijden en met haar kin op zijn schouder rustte. De fruitige geur die om haar heen hing, bedwelmde hem een beetje. Het was alsof zijn blik in en uit focus schoof en hij knipperde een paar keer stevig, terwijl een comfortabele warmte zachtjes in zijn binnenste klotste, alsof hij net een slok thee had genomen die de perfecte temperatuur had.
De onrust die hem sinds de verbanning in zijn greep had, ebde eindelijk een beetje weg. Hij liet zijn handen op de hoge houten tafel rusten en de spanning verdween uit zijn schouders. Naar achteren leunend in Fleurs omhelzing, voelde hij een glimlach opkomen.
Alles was weer hoe het hoorde te zijn.

Cody was toch blij dat Fleur met hem mee was gegaan. Het ging een stuk sneller met zijn tweeën. Hij speelde altijd op zijn harp om het bijtkruid slaperig te maken. Hoelang ze vervolgens bleven doezelen viel nooit te voorspellen, waardoor hij meestal tijdens het lostrekken van de wortels alsnog veel bijtwonden opliep. Nu kon hij blijven doorspelen terwijl Fleur de plantjes uit de aarde lostrok. Op zijn aanwijzing strooide ze zout over de wortels, waardoor ze stierven zonder hun magische eigenschappen te verliezen.
Nadat ze al het bijtkruid geoogst hadden, borg Cody zijn harp op. Hij nam zijn toverstaf uit de la in de woonkamer en trok hem uit het stoffen nachtblauwe omhulsel, dat met zilverdraad was bespannen. Liefkozend liet hij zijn vingers over het gladde hout gaan, dat zachtjes onder zijn huid vibreerde.
‘Je wordt ongeduldig van dat lange wachten, hè? Laten we eens kijken of er in de tuin nog iets te doen valt voor jou.’
De Raad vond dat er niet overdadig magie gebruikt mocht worden, maar Cody had altijd al het gevoel gehad dat zijn toverstok zijn magie kwijt wílde.
Onderweg naar buiten passeerde hij Fleur, die bospaddenstoelen aan het snijden was in de keuken. Ze had voorgesteld om haar befaamde paddenstoelenslakkensoep te maken en zijn knorrende maag had daar luid en duidelijk mee ingestemd.
Hij drukte een kus op haar wang voor hij naar buiten liep. Door het enkelhoge gras liep Cody naar de zoutpoel. Hij knielde er neer en streek door het laagje zout dat zich met grond had vermengd. De korrels voelden ruw en plakkerig tussen zijn vingers toen hij die langs elkaar bewoog. Het was tijd om een nieuwe voorraad aan te leggen.
Hij veegde het zout af aan zijn broek en bracht zijn toverstok over naar zijn dominante hand. Met de punt op de afgevlakte kuil gericht schreef hij zout water. De vibraties die hij net al had gevoeld, werden sterker. Het uiteinde begon te glinsteren en er gleden een paar druppels langs het hout naar beneden, voordat het zoute water zich concentreerde en met een ferme straal de holte vulde. Met twee ronde polsbewegingen liet hij de waterstroom ophouden.
Tevreden keek Cody naar het resultaat. In een paar dagen zou het water verdampt zijn en had hij nieuw zout. Het was ook mogelijk om direct blokken zout te creëren, toch had de ervaring hem geleerd dat het zout zuiverder – en een betere werking had – als het op een natuurlijke manier tot stand kwam.
Cody hervatte zijn ronde door de kruidentuin. Halverwege zakte hij neer op de rand van een waterput, waar de laatste zonnestralen een aangename warmte op zijn gezicht achterlieten. Hij luisterde naar het gekwetter van de vogels en naar de stemmen die door een briesje werden aangevoerd.
Daar, genietend van het zonnetje, verloor hij de tijd uit het oog. Het was Fleurs stem die hem terugbracht naar het hier en nu, met de belofte van haar heerlijke soep.
Cody wandelde terug naar zijn huisje en schoof aan tafel. Samen nuttigden ze de maaltijd, waarbij hij veelvuldig in Fleurs glinsterende ogen keek. Haar glimlach hield meer dan eens zijn blik gevangen, waardoor een soort mist zijn gedachten versluierde en hij zich na afloop niet meer kon herinneren waar ze tijdens het maal over hadden gesproken.
Na het eten nam Fleur afscheid; ze had avonddienst in de herinneringenkluis. Zodra ze weg was, vulde een zwaarmoedige leegte zijn borstkas. Langzaam maar zeker kropen de herinneringen aan eerder vandaag weer omhoog. Waar was Nova nu? Had ze onderdak gevonden voor de nacht? Leefde ze nog wel? Niemand wist precies welke verschrikkingen er in het woud leefden.
Cody droogde het laatste bord, hing de theedoek over de rugleuning van de keukenstoel en liep naar buiten, waar hij de vele lantaarns met behulp van een vuurvlindertje uit zijn toverstok ontstak.
Zodra de tuin in een oranje gloed baadde, zakte hij op een tuinstoel neer. Hij duwde zijn toverstaf in de aarde, zodat die zich vanavond weer kon vullen met de magie die in de bodem zat. Onderuitgezakt in de stoel liet hij zijn blik langs de sterrenhemel dwalen. In zijn verbeelding trok hij lijnen tussen de flonkerende puntjes en creëerde zo afbeeldingen: een wolf, een wandelende boom, een vlinder met vier vleugels…
Een luide gongslag verplaatste zich als een windvlaag door het hele dorp. Er volgden ijle, dromerige klanken die door een glasharmonica werden voortgebracht. De haartjes in Cody’s nek en op zijn armen kwamen overeind terwijl de zachte luchttonen van een basfluit zich erbij voegden.
In een boom die vlakbij stond, reageerde een uil.
Cody knipperde. Overal op zijn huid voelde hij speldenprikjes, maar rond zijn slapen waren ze het meest aanwezig. Er ontstonden kleine wolkjes, in lichtgevend paars en blauw. Ze cirkelden om hem heen en maakten zich van zijn hoofd los.
Langzaam zweefden de herinneringen weg, aangetrokken door de mystieke tonen. Een proces dat zich iedere avond herhaalde, en toch bleef Cody zich verbijsteren over de talloze kleurenflarden die nu door het donker dreven, op weg naar de herinneringenkluis waar Fleur en de andere archivarissen ze zouden opslaan bij alle andere herinneringen.
Cody bleef naar het kleurenspel kijken, totdat de muziekinstrumenten verstomden en er alleen een lichte druk bij zijn slapen achterbleef. Een tijdje bleef hij in de stoel zitten, wetend dat hij door duizelingen bevangen zou worden als hij nu opstond.
Hoewel de herinneringen hem verlaten hadden, waren er echo’s in zijn geest achtergebleven, die zich daar nestelden en deel van hem werden.
Toen de druk afnam en de speldenprikjes verdwenen waren, stond Cody op uit zijn stoel. Binnen zou hij nog wat lezen, daarna zou hij lekker gaan slapen.




Laat een berichtje achter