Betreed Aethelburg met het eerste hoofdstuk van Het lied van alchemie

Deze maand verschijnt Het lied van alchemie, het cozy fantasy project van onze zustersite FantasyWereld. Ter ere van hun vijftienjarige bestaan hebben ze vijf auteurs gevraagd mee te werken aan een verhalenbundel met één overkoepelend verhaal, verteld vanuit vijf sympathieke personages. Zo hebben Petra Doom, Kelly van der Laan, Marieke Frankema, Riley Morgen Tyler en Corina Onderstijn samengewerkt om Aethelburg tot leven te wekken.

Om te kijken of het verhaal iets voor je is kun je hier alvast een hoofdstukje lezen. Elk verhaal heeft zo zijn eigen prachtige illustratie, gemaakt door Dottobi, die hierboven in de afbeelding te zien is. Mocht je nog meer willen bekijken van hoe de opmaak van het boek is, kun je via de knop hieronder een pdf download van het eerste hoofdstukje. Of je kunt de webversie hieronder lezen.


Aankomst in Aethelburg

~ Vier dagen voor het Aethelfestival ~

‘Een saaie provinciestad, zei je toch?’ Azyr bleef staan op de top van de heuvelrug die ze, veel later dan voorzien, eindelijk hadden bedwongen. ‘Kijk dat eens… “Aethelburg, gloeiend als een sintel, in de koele hand van de naderende winter”…’

Aan weerszijden van een grote toegangspoort werden geel en rood verkleurde boomkruinen door de avondzon in vuur en vlam gezet. Een hoge toren met een glanzend dak reikte naar de hemel. Op de lagere, rode daken weerkaatsten bronzen ornamenten het laatste licht. Het geometrische patroon waarin de straten waren aangelegd, zorgde ervoor dat de universiteitsstad leek op een juweel dat in de vallei was neergevlijd.

Zijn hand reikte in een reflex naar de luit die op zijn rug hing, maar viel toen weer langs zijn zijde. Ooit zou hij hier meteen halt hebben gehouden om de muziek meer woorden tevoorschijn te laten lokken. Dat was vroeger geweest, voor de vermoeidheid zich in zijn botten leek te hebben genesteld.

Het is nog maar net herfst, geen winter.’ Erisa verstevigde de greep van haar vier poten op zijn schouder. Haar stem in zijn hoofd was kribbig. ‘En het rijmt niet eens.’ Ze was al humeurig sinds hij een paar dagen geleden de hoofdweg had verlaten. ‘We hadden al bijna in de hoofdstad kunnen zijn.

Hij keek opzij. Erisa’s paarse ogen met de verticale pupillen keken hem aan zonder te knipperen.

Ze was aan de kleine kant voor een pseudodraakje. Alleen haar vleugels zorgden ervoor dat je meteen zag dat ze geen uit de kluiten gewassen hagedis was. Pas wanneer je dichterbij kwam, zag je de hoorntjes achter op haar kop en de flexibele stekels op haar rug. In de gloed van de ondergaande zon hadden haar zilveren schubben een warme, koperachtige glans.

Een reusachtige stad betekent meer wezens, meer verhalen, meer inspiratie. We kunnen niet nog honderd dorpen en kleine stadjes aandoen,’ zei ze. ‘We hebben het zevende lied nodig. De tijd begint te dringen.

Dit gesprek hadden ze alleen vandaag al minstens vijf keer gevoerd.

Hij richtte zijn blik weer op de stad en wreef afwezig over zijn borst. ‘Ik heb een goed gevoel over Aethelburg.’

Ik voel alleen die kille wind. We hadden nu in een warme herberg op de hoofdweg kunnen zitten. Misschien hadden we een interessante ontmoeting gehad, was je al aan het schrijven. En in de hoofdstad zijn er warme bronnen, schijnt het. Een weldaad voor…

Haar stem brak af toen er een huivering door haar lijfje ging.

Hij fronste en legde een hand op haar flanken. Haar gladde schubben waren zo koud als een rusalka in een ijzige bergstroom.

‘Alle goden, je bent aan het bevriezen. Waarom zei je niets?’

Ik zeg al de hele tijd dat het hier belachelijk koud is!’ Hij besefte schuldig dat hij op een gegeven moment was gestopt met luisteren naar haar gemopper. ‘Je had belóófd dat ik het niet koud zou hebben als we naar het noorden gingen, je zei…’

‘Al goed.’ Azyr reikte naar de sluiting van zijn mantel. ‘Maar je houdt je klauwen bij je, begrepen?’

Wanneer heb je mijn klauwen ooit ergens anders gezien dan bij mij? Ik ben niet degene die zijn luit bijna kwijt was toen we vorige maand de benen moesten nemen omdat íémand misschien had moeten nagaan of er wel betaald was voor de juwelen die hij van zijn bewonderaarster kreeg.

‘Het was één oorbel.’ Azyr draaide zijn hoofd zodat hij haar kon aankijken en kneep zijn ogen samen. ‘Je kunt ook daar blijven zitten. Of, je weet wel, zelf lopen. Naar de hoofdstad, als je dat wil.’

Erisa staarde hem alleen maar koppig aan. Toen rilde ze nog een keer miserabel.

Hij zuchtte. ‘Kom hier.’ Hij knoopte de bovenkant van zijn mantel los en hield zijn hoofd uitnodigend opzij.

Erisa wikkelde zich in een vloeiende beweging om zijn hals.

‘Beter zo?’ vroeg hij.

Ze hapte naar de robijn die aan zijn oor bungelde. ‘Een warme bron zou beter zijn. Sneller ook. Schiet op.

Haar schubben waren nog steeds ijskoud tegen zijn huid, dus hij gaf toe. Terwijl hij verder liep, begon hij zachtjes te neuriën. Het wiegeliedje zorgde ervoor dat de vlam in zijn binnenste, altijd belust op vrijheid, niet als een laaiend vuur tevoorschijn sprong, maar ontwaakte als een zachte gloed, net genoeg om zijn lichaamstemperatuur te doen stijgen. Hij voelde hoe Erisa zich ontspande. Ze wreef als een aanhalige kat haar kop tegen zijn halsslagader, die op dit moment rood moest opgloeien.

‘Ik hou op als we in het zicht van de poort komen,’ waarschuwde hij.

Waarom wil je dan ook naar een gat waar ze magie verdreven hebben?

‘Verdreven is sterk uitgedrukt. Ze zien er het nut niet van in, zei de waard.’

Azyr wist niet precies waarom hij geïntrigeerd was geraakt toen in de gelagzaal van hun laatste overnachtings-plek het gesprek op Aethelburg was gekomen. Het honderdvijftigste Aethelfestival dat daar volgende week zou plaatsvinden, was voor een doorsnee bard inderdaad een goede gelegenheid om wat munten op te halen. Een eenvoudige ballade over de geschiedenis van de stad zou volstaan. Maar hij was op zoek naar meer.

Had Aethelburg meer te bieden? Twijfel knaagde ineens aan zijn vastberadenheid.

Dit was niet een van de rijkste, noch een van de armste steden van het land. Niet de geboorteplaats van een grote held. Er woonden geen edelen die de kunsten een warm hart toedroegen of zorgden voor schandalige intriges. Te ver van het hof. Nee, Aethelburg dreef tevreden op een gestage golf aan alchemistische ontdekkingen die vanuit de universiteit over het rijk spoelden en beloofden het dagelijkse leven makkelijker te maken. Het klonk… praktisch.

Erisa trok zich strak en zuchtte tevreden. Haar klauwen kneedden zachtjes in zijn hals.

‘Wat heb ik nét gezegd?’ vroeg hij, wetend dat het zinloos was.

Dat je het begin van je lied al hebt?

Een begin was het moeilijkste niet. Het ging om wat daarna kwam. Hoe hij van het afwegen van ingrediënten en het distilleren van vloeistoffen een boeiende ballade kon maken, was hem een raadsel. Hopelijk had de stichter een paar smeuïge anekdotes in zijn verleden, want anders…

Ah.

‘Ik denk dat het om Aethel gaat,’ zei hij. ‘Ik ken geen andere stad die gesticht is door een wetenschapper.’

Steden worden meestal niet gesticht, ze ontstaan. Waar een samenstroom van rivieren is, vruchtbare grond, of iets anders dat intelligente wezens nodig hebben. De stichter plakt alleen een naam op iets dat er al was.

Dat was Erisa. De hele dag zeuren over kleinigheden en dan kwam ze ineens met zoiets.

‘Aethel niet,’ zei hij peinzend. ‘De waard zei dat hij toestemming van de keizer had gekregen om hier een stad te stichten. Hij is met een hele karavaan vertrokken.’

Naar deze uithoek? Waarom?

Ze had een punt. De heuvelachtige grond was merendeels rotsachtig. De paar boerderijen die ze gepasseerd waren, konden amper volstaan om aan de behoeften van de stad te voldoen. En hij kon zich ook al niet herinneren dat iemand het erover had gehad dat hier zeldzame grond-stoffen te vinden waren.

‘Misschien had Aethel een veilige plek nodig voor zijn experimenten?’

De stoffen waar alchemisten mee werkten, konden explosief zijn. Hm. Daar kon je een verhaal in elk geval een dramatisch hoogtepunt mee geven. Misschien had Aethel moeten vluchten na een mislukt experiment? In combinatie met de juiste akkoorden kon dat een energiek refrein worden. Azyr neuriede experimenteel een paar noten. Nee, de dramatische climax kon beter… nee, eerst naar beneden en dán…

De melodie ontglipte hem. Hij zuchtte en liep door.

Als je wilde weten hoe een stad was, was Azyrs filosofie, dan moest je luisteren naar het deuntje dat poortwachters zongen.

Deze twee vormden een onverwacht duet: een brede, gespierde halfreus met een rommelende stem die Azyr ontspannen begroette, en een tengere mensenvrouw met een forse neus, scherpe blauwe ogen, en een hand die ze op het gevest van haar zwaard hield.

Ze waren gekleed in een uniform van groen op wit, met een klimmende leeuw op de bovenarm, hun borstplaten zilverkleurig en amper bekrast. Welvarende stad, weinig geweld. Dat was gunstig, maar het zei niet alles. Dus spitste Azyr zijn oren en luisterde naar de melodie onder de woorden.

Er was natuurlijk het niet te onderschatten aspect dat de halfreus Azyr met één hand doormidden zou kunnen breken, maar dat was minder belangrijk dan de manier waarop de twee wachters op elkaar ingespeeld waren. Steden waarin mensen duidelijk de overhand hadden, waren over het algemeen minder tolerant tegenover vreemde vogels als Azyr en Erisa.

‘Doel in de stad?’ vroeg de halfreus, nadat hij had vastgesteld dat Azyr geen verborgen wapens droeg en een aantekening had gemaakt over zijn dolk.

Azyr maakte een zwierige buiging, zodat zijn mantel om hem heen wervelde en de roodgevlamde binnenkant zichtbaar werd. Hij liet bewust zijn ogen opgloeien toen hij weer opkeek en een dramatisch gebaar maakte.

‘Ik kom verrukken en ontspannen, verbazing wekken en vermaken. Ik kom ballades brengen, verhalen verzamelen en de zinnen strelen met muziek. Als een demonstratie gewenst is…’ Hij reikte naar zijn luit.

De ogen van de halfreus volgden zijn hand geïnteres-seerd, maar de vrouw schudde haar hoofd. ‘Niet nodig. Je bent hier voor het Aethelfestival?’

Hij antwoordde bevestigend. Ze gingen verder met de vragen die poortwachters overal in een of andere vorm stelden.

Toen was vastgesteld dat Azyr niet gezocht werd, middelen had om zijn verblijf te bekostigen tot het festival begon en begreep dat hij na het tiende uur geen muziek op straat kon maken, werd hij naar binnen gewuifd met de waarschuwing om geen wapens te trekken en die liever in de herberg te bewaren.

‘O ja,’ zei de halfreus met een knikje naar Erisa. ‘Houd die onder controle, ja? We zijn hier wel gewend aan draakjes, met al die studenten die een zegeldraakje willen, maar er staan flinke boetes op ongecontroleerde brandjes. Jij wordt verantwoordelijk gehouden.’

Azyr knikte. ‘Begrepen.’

Onder controle?’ brieste Erisa toen ze de poort door waren. ‘Ik ben onder niemands controle. Laat die halfreus zichzelf onder controle houden, ik zag wel hoe hij keek.

‘Hij weet niet dat je geen simpel vuurdraakje bent… omdat dat is wat we willen, weet je nog? En poortwachters moeten iedereen inspecteren die de stad binnenkomt, dat is hun taak.’

Ja, ja, en het is jouw taak om hen te… wat was het ook weer…’ Haar stem in zijn hoofd werd laag en suggestief. ‘Verrukken en vermaken?

‘Zo klink ik echt niet. En als jij de volgende keer iets minder dreigend geeuwt, zal niemand zich afvragen of je wel of niet onder controle–’

‘Hé!’ riep de halfreus hem na.

Azyr draaide zich om. De wachter stond hem leunend op zijn reusachtige bijl na te kijken, zijn zware wenkbrauwen gefronst. Verdorie. Hoe luid had hij tegen Erisa gepraat? Het enige wat hij kon doen was de schade beperken.

Hij liep terug en glimlachte innemend. ‘Ja?’

‘Als je een goede herberg zoekt… De Loden Pul heeft nog wel ruimte volgens mij.’ De wachter wees. ‘Loop van hieruit richting de toren van de universiteit, maar buig naar links zodra je kunt. Daarna rechts, rechtdoor tot je de smid passeert en daar links, het plein over. Daarna zie je het uithangbord vanzelf wel.’

‘Bedankt voor de tip, dat bespaart me gezoek terwijl de nacht valt. Ik ga het daar proberen.’

De wachter schraapte zijn keel. ‘Horen we je pas tijdens het festival zingen? Op het Aqua Regia-plein is het morgenavond ook druk. Publiek genoeg.’

‘Dan hoor je me morgen op het plein.’ Azyr knipoogde. ‘Ik zal naar je uitkijken.’

De man bloosde zowaar. ‘Eh. Ik zal er zijn.’

Azyr boog wervelend voor hij weer vertrok.

Ongelooflijk.’ Erisa snoof. ‘Hij staat je nog steeds na te kijken, voor het geval je het je afvraagt.

‘Wees blij dat hij niet naar jou kijkt. Het is beter dat ze denken dat je een simpel vuurdraakje bent. Wil je liever een herhaling van Asheim?’

Voordat ze onlangs het keizerrijk waren ingetrokken, hadden Erisa en hij een paar maanden langs de Faerlandse stadstaten gereisd. Asheim, hun laatste stop, had in eerste instantie voer voor een interessant verhaal geleken, met de schrijnen voor hun lichtgod op elke straathoek. De inwoners hadden echter, zodra ze Azyr met Erisa zagen praten, geconcludeerd dat zij dienaren moesten zijn van een duistere vuurdemon.

Ik weet niet, het was wel amusant.

Hij snoof. ‘Jij was duidelijk niet degene die moest rennen voor zijn leven.’

Ze had ook al geen last gehad van het bloedhete moeras waar ze zich twee nachten hadden moeten verschuilen, noch van de vampier die hen daar had gevonden. Haar schubben waren ondoordringbaar voor tanden.

Maar “De Moerasbloedzuiger” is je meest populaire van de zes geworden.

Dat was zo. Zonnige zomernacht of kille herfstavond, dat maakte niet uit: er was altijd animo voor een griezel-verhaal dat het bloed sneller deed stromen.

‘Dus… waarom kun je er ook alweer niet op vertrouwen dat ik weet waar we moeten zijn?’

Ze beet in zijn oor. ‘Wat dat betreft… je moest bij de vorige hoek rechtsaf. Meer luisteren en minder flirten de volgende keer dat je aanwijzingen krijgt.

‘Waarom?’ Hij draaide zich om en liep terug. ‘Ik heb jou om me de weg te wijzen.’

Ik weet echt niet hoe jij overleefde voor ik er was.

Toen hij de hoek omsloeg, werd hij verrast door een windstoot die hem overviel als een geruisloze struikrover. De lange, smalle straat moest die versterkt hebben als een trechter. Hij hervond zijn evenwicht voor hij een rij wachtenden in struikelde. Een oude vrouw in een vlekkerige mantel draaide zich naar hem om. Haar ogen schoten naar Erisa en hij zag belangstelling in haar blik oplichten.

Verdraaid. Toen hij had gehoord over de pseudo-draakjes die ze hier hielden, had hij aangenomen dat Erisa niet al te veel aandacht zou trekken. Hij drukte de vermoeidheid naar achteren en gleed weer in de rol van de charmante bard. Gelukkig leek ze vooral om een praatje verlegen te zitten. Ondanks het feit dat Erisa zich genoeglijk koesterde in haar aandacht, was het niet al te moeilijk om de vrouw te doen overstappen op andere onderwerpen, zoals het naderende festival.

‘Misschien moeten we iets doen aan je kleur,’ mompelde hij tegen Erisa, toen ze weer verder liepen richting De Loden Pul. ‘Tenminste, als je nog altijd volhoudt dat je die niet zelf kunt bepalen.’ Daar had hij zijn twijfels over. Het was echt niet alleen de lichtinval die van invloed was.

Misschien moeten we iets doen aan joúw kleur,’ zei ze gepikeerd. ‘Als we jou groen schilderen, dan kijkt niemand meer naar mij.

‘Erisa…’

Ze was even stil en hij kon voelen hoe ze van hem terugweek. ‘Ik lijk zo al amper op mezelf.

Ah. Hij keek naar zijn handen. In het licht van de straatlantaarns was het verschil tussen zijn bronzen huid en de aders amper zichtbaar. Het was zo lang geleden geweest dat hij had geprobeerd te verbergen wat hij was, in plaats van het te gebruiken. Asheim had hem verrast, uit zijn evenwicht gebracht.

‘Het spijt me. Ik ben alleen…’ Moe. Onrustig. ‘Het spijt me. Natuurlijk moet je zijn wie je bent, zoveel je kunt.’

‘Mm.’ Ze wist een wereld van koninklijke veront-waardiging in één geluidje te verpakken.

Hij liet de hitte in zijn aders vloeien en streek veront-schuldigend over een van Erisa’s hoorntjes. Ze bleef nog tien hartslagen koppig zitten, maar duwde toen haar kop tegen zijn hand, om die naar haar rug te leiden.

Davey

Davey is de fantasywereld ingetrokken door grootheden als Terry Brooks, Raymond E. Feist en Robert Jordan. In de loop van de jaren verslond hij vele fantasyboeken, maar na het lezen van Legendes & Lattes van Travis Baldree heeft ook de cozy fantasy hem gegrepen.

Laat een berichtje achter

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *